Home » Categorie 5

Categorie 5

Onderwerp van de les

Categorie 5a-b-c-d-e-f-g-h-i-j

Lesontwerpaspecten

Inleiding

 

Voorkennis activeren

 

Begeleid oefenen

 

Individueel oefenen

 

Afsluiting

 

Lesdoelen

Materialen

  • Activeren voorkennis
  • Spelling van de woorden memoriseren

 

 

  • Flitskaarten (bijlage): print voor elk tweetal, één setje uit.

 

Tijdsduur

Klaaropdracht

55 min.

 

Maak een verhaal met de woorden van de flitskaarten.

 

Lesontwerpaspect

Didactische structuur

Inhoud

Aantekeningen

Tijd

Inleiding

n.v.t.

 

 

 

In de inleiding wordt verteld wat er deze les behandelt wordt

Vertel ook tevens de klaaropdracht.

Deze komt later in de les ook op het bord.

 

3 min.

Voorkennis activeren

n.v.t.

 

 

 

Herhaal de instructie kort:

 

U spreekt het woord helm uit met zo min mogelijk tussenklank. Vraag enkele leerlingen om het woord na te zeggen. Concludeer nogmaals zoals in de instructieles, dat je soms hel/u/m zegt, maar de tussenklank niet schrijft.

 

Schrijf het woord helm op het bord en onderstreep de letters lm. Vraag de kinderen nog enkele woorden op te noemen en schrijf deze woorden op.

7 min.

Begeleid oefenen

Flitskaarten

 

 

 

De leerkracht geeft een voorbeeld wat de bedoeling is bij deze opdracht.

Kies een leerling (geen onzekere leerling). Pak de flitskaarten en laat de eerste kaart zien. Hierop staat een woord. Na vijf seconden draai je het kaartje om. De leerling moet nu het woord spellen. Goed gespeld? Dan is de kaart voor de leerling. Fout gespeld? Laat het woord zien en de leerling het woord spellen. De kaart verdwijnt onderop de stapel. Laat beide voorbeelden zien: een goed gespeld woord en een fout gespeld woord.

 

5 min.

Individueel oefenen

Schoudermaatjes (tweetallen)

Flitskaarten

 

 

 

De leerkracht heeft tweetallen gemaakt door evenwichtig te verdelen op niveau (sterk-zwak, sterk-gemiddeld, gemiddeld-zwak)

De leerkracht laat van elk tweetal, elke leerling 10 min. in zijn rol. Na de eerste 10 min. draaien de leerlingen van rol.

 

De leerkracht schrijft de klaaropdracht op het bord en deelt daar blaadjes voor uit.

 

De kinderen kunnen aan de klaaropdracht werken als ze binnen de 10 min. klaar zijn. Dit geldt voor beide 10 min.

 

10 min.

10 min.

 

totaal

20 min.

 

 

 

Afsluiting

Flitskaarten op het bord

 

 

 

De leerkracht laat flitskaarten op het bord zien. De leerlingen schrijven deze op. Aan het eind van de les overleggen de leerlingen als schoudermaatjes elkaars opgeschreven woorden.

De leerkracht heeft op het digitaal schoolbord, elk woord op een nieuwe pagina getypt/geschreven. Het lettertype is groot en duidelijk. Na 3 seconden drukt u op de volgende ‘lege’ pagina (tussen elke pagina met een woord zit dus een blanke pagina). Nu mogen de leerlingen pas het woord opschrijven. Dit gebeurdt met elk woord.

 

Als elk woord is geweest, mogen de schoudermaatjes met elkaar overleggen of de opgeschreven woorden goed zijn. Ze mogen het werk dus ook verbeteren met een andere kleur pen (geen rood).

 

Nu laat de leerkracht alle woorden zien (op één pagina alle woorden). De leerlingen kijken nu hun eigen werk na met rood. Hierna wordt alles bij de leerkracht ingeleverd.

5 min.

10 min.

5 min.

 

totaal

20 min.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage

Flitskaarten

 

 


balk

 


 


erf


 


elf

 


park

 


half

 


 


slurf

 


vorm

 


helm

 

 

 

 


warm

 

 

 


volk

 


sterk

 


kalm


 


dwerg

 


 


doorn

 


dorp

 


zorg

 

 

 

 


harp

 


 

 

 

 

kern

 


tulp

 


hulp